maandag 26 september 2016

Toplezing over innovatie





Boekomslag


Cross-Industry Innovation.

 Op 26 september 2016 hield de Vlaamse adviseur en auteur Marc Heleven een gastcollege bij Fontys Bedrijfsmanagement, Educatie & Techniek . Zijn thema was Cross-Industry innovation.

Samen met BEnT-docent Ramon Vullings heeft hij ook het rode boekje geschreven “Not invented here”. Daarin probeert hij met vele voorbeelden duidelijk te maken, dat de meeste verfrissende ideeën niet zomaar een ingeving zijn of het resultaat van uren brainstormen volgens allerlei creativiteitstechnieken. Volgens Marc is het een kwestie van simpelweg “grasduinen op het internet” en zoeken bij andere industrieën, bedrijfstakken en/of landen.



Links Marc Heleven en rechts Ramon Vullings


Veel uitvindingen zijn ontstaan door meerdere functionaliteiten van een product of dienst te combineren, zoals de huidige smartphone niet alleen een telefoon is, maar ook een kleine computer, game-, video-, geluids- en navigatie-apparaat is. Een kwestie van slim combineren.

Andere innovaties zijn simpelweg afgekeken van de natuur en dat heet met een mooi woord biomimicry. De natuur die meerdere miljard jaar de tijd heeft gehad om allerlei slimme oplossingen te realiseren voor problemen of situaties en is een grote bron voor inspiratie. Denk aan ragfijne draden die ijzersterk zijn of bepaalde gevormde snavels die weinig water- of luchtweerstand opleveren. Of manieren om waterafstotend of luchtdoorlatend te zijn of het afbreken van giftige stoffen. Het bijzondere is ook dat de natuur dit klaarspeelt onder normale temperaturen en bij een gewone omgevingsdruk en ook nog met bestaande materialen uit de omgeving. Dus geen gevaarlijke hoge temperaturen, luchtdruk of natuurvreemde stoffen. Dus extra veilig en "natuurlijk". Marc Heleven liet meerdere voorbeelden hiervan zien.



Daarnaast vertelde hij over betaalde adviesklussen voor Rijkswaterstaat in Nederland. Een daarvan was de vraag :” Hoe ziet de autosnelweg van 2025 eruit”? Wat kan die weg nog meer dan “verkeer vervoeren”?  Denk aan stroom opwekken, geluid dempen, lucht schoonmaken, licht uitstralen, water opslaan, geur verspreiden, afval verwerken, schoonheid laten zien, etc.? Dat levert interessante vergezichten op.    

Een andere vraag ging over “het toekomstbestendig maken van dijken”. Soms gebeurt het dat dijken instorten door het verschijnsel "piping". Dat is het op langere termijn doorsijpelen van water onder de dijk via dieper gelegen zandgrond. Hoe kunnen we dat oplossen en aanpakken op een duurzame en goedkope manier ? Heleven gaf aan dat je dan bijvoorbeeld gaat kijken in een andere sector/ industrietak bv wegenbouw om te kijken hoe een tunnel waterdicht wordt gemaakt of hoe de natuur iets waterdicht maakt of hoe criminelen tunnels aanleggen in oorlogsgebied die daarvoor weinig geld hebben of willen uitgeven.  De vele voorbeelden gaven meteen inspiratie en zo wil natuurlijk iedereen wel adviseur zijn om zich te laten betalen voor het vrijuit, hardop en vooral wild denken en associëren. Daarvoor hoef je geen expert te zijn in creativiteitstechnieken.

Marc gaf ook de opdracht om zelf aan de slag te gaan met een zoektocht op internet, bijvoorbeeld rondom het begrip  duurzame kano?  Om je google resultaten te vergroten is het dan extra handig om voor de kernwoorden “kano” en “duurzaam” meerdere alternatieven of synoniemen te nemen. Dus vervang kano door boot, sloep, vaartuig of vervoermiddel te water. Bij duurzaamheid kun je associaties gebruiken van circulaire economie, cradle tot cradle of sustainable. Daardoor vergroot je de kans dat de resultatenlijst extra lang wordt en vele onverwachte voorbeelden ophoest.
Een toplezing zet je weer op hele nieuwe sporen van nog onbetreden paden.

 

zondag 15 mei 2016

Rendement van Geluk.

Tegenlicht Meet Up bijeenkomst in Eindhoven
 
Tegenlicht Meet Up bijeenkomst Strijp S
 
 
Opzichter Dion Drew van Greyston (Tegenlicht documentaire)
In de VPRO Tegenlichtdocumentaire met de gelijknamige titel die enkele weken geleden is uitgezonden maken we kennis met het bedrijf Greyston , een miljoenenbedrijf dat brownies maakt onder andere voor ijscofabrikant Ben & Jerry. Het bijzondere aan het bedrijf is niet het product, maar het personeelsbestand. Greyston biedt namelijk aan zwervers, verslaafden en ex-criminelen  de mogelijkheid om weer een gewoon bestaan op te bouwen met vast werk en inkomen. In de documentaire zien we ook een opzichter Dion Drew, die zelf ooit een voormalige drugsdealer was en ook veroordeeld is geweest. Dankzij Greyston heeft hij nu een nieuwe kans gekregen en met twee handen aangenomen. Als ervaringsdeskundige weet hij als geen ander het zielenleven van enkele  productiemedewerkers  te doorgronden en hen op te beuren als dat nodig is. Persoonlijk geluk lijkt belangrijker dan de productieopbrengst. Je zou ook kunnen stellen dat het rendement van geluk later komt en veel groter is, misschien ook wel in termen van opbrengst en welzijn.
belangstellenden waaronder (2e van rechts) Jean-Paul Close van de Stad van Morgen
Later in de documentaire komt ook het nieuwe initiatief van “Mobile Factory” aan bod dat gestart is door een Nederlandse ondernemer Gerard Steijn die zich het lot aantrok van landen en gebieden die ernstig te lijden hebben onder aardbevingen, zoals een paar jaar geleden in Haïti .  Na jaren en veel internationale geldacties bleef herstel echter grotendeels uit. Overal ligt nog puin en steen- en huizenresten. De ondernemer bedacht een slim procedé waarmee hij het aanwezige puin via een chemisch proces weer kon omvormen tot vloeibare cement die uitgehard in lego-achtige blokken waardevolle bouwstenen blijken te zijn. Dat hele proces kan in een container plaatsvinden en overal ter wereld gedaan worden door eenvoudig geschoolde mensen. Zo heeft de ondernemer een groep Haïtiaanse burgers een cursus cementblokken maken en huizen bouwen geleerd. Blij en gelukkig kunnen ze nu zelf aan de slag.  Dat is ondernemen met een maatschappelijke impact, zoals organisatieadviseur Kees Klomp dat toelichtte. Het is tegenwoordig niet meer genoeg dat bedrijven groeien en winstmaken. Ze moeten meer doelstellingen hebben en meer doen. Meer voor het milieu, meer voor de samenleving en meer voor de mensen. Zo’n twintig jaar geleden noemde men dat ook Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen of Duurzaam Ondernemen en nu is de moderne term een Social Enterprise of het streven naar een betekenis economie of purpose economy, zoals het boek van Aaron Hurst.
Klomp ging zo ver om het statement te maken dat een product kopen een activistische daad zou kunnen zijn. Het moet je het gevoel geven iets goeds, iets heel bijzonders te doen voor anderen en de wereld en niet alleen uit eigen egoïstische behoeften. Zoals Tony’s Chocolony pretendeert slaafloze chocolade te zijn. Er komt geen kinderarbeid aan te pas. Er zijn eerlijke salarissen gegeven en er wordt onder goede arbeidsomstandigheden gewerkt. Dan is het product een “statement” en voelt goed. Weer een stapje verder zou betekenen dat ondernemers het geluk van hun medewerkers op de eerste plaats willen zetten. Zoals de Braziliaanse Ondernemer Ricardo Semler dat al jaren beweert.
vlnr. Joost Minnaar, Pim de Morree, Jacqueline de Theije en moderator Ineke Hurkmans.
 
Juist deze ondernemer was een inspirator voor de twee Corporate Rebels Joost Minnaar en Pim de Morree, die ook bij de Tegenlicht Meet Up aanwezig waren . Deze dertigers en hoog opgeleid hebben hun eerdere werk stopgezet en zijn een zoektocht naar geluk begonnen. Zij benaderen inspirerende voorbeelden en interviewen hen om er daarna filmpjes en artikelen over te schrijven die ze publiceren op hun website. Zorgondernemer Jos de Blok van Buurtzorg is er zo een. Een goed belegde boterham levert het echter nog niet op.
Datzelfde geldt voor de vrouwelijke leerkracht Jacqueline de Theije, die tot het team behoort van de sinds kort opgerichte school voor democratisch onderwijs in Eindhoven (DOE). Deze nieuwe schoolsoort, zo vertelde Jacqueline tijdens de Tegenlicht Meet Up heeft nog geen bekostiging van de overheid ontvangen maar desondanks ervaren de leerkrachten veel geluk door jonge verwachtingsvolle kinderen te onderwijzen.     
De documentaire is gebaseerd op inzichten uit het boek van hoogleraar Ruut Veenhoven van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, die al jaren onderzoek heeft gedaan naar het fenomeen geluk en "geluksprofessor” wordt genoemd. In 2014 verscheen zijn boek “Het rendement van Geluk”. Zijn boodschap is dat iedereen gelukkiger wil zijn en dat gelukkige mensen beter presteren, creatiever zijn en minder vaak ziek. Geluk is daarom een factor van belang in de politiek, de maatschappij en zelfs het bedrijfsleven.
Natuurlijk blijft dan de vraag, maar wat is geluk? Hoe meet je het? In hoeverre is het genetisch bepaald en in hoeverre kun je er zelf invloed op uitoefenen?  Het onderzoek hiernaar wordt tegenwoordig gedaan door een instituut met de klinkende naam Erasmus Happiness Economics Research Organisation (EHERO) . Recent heeft Martijn Burger van dit instituut nog onderzoek gedaan in Griekenland om na te gaan in hoeverre de economische crisis daar afbreuk heeft gedaan aan het algemene geluksgevoel. Dit onderzoek is gedaan in opdracht van de Wereldbank en staat ook als hoofdstuk 7 in het boek beschreven.
vlnr. Akshaya de Groot, Martijn Burger en Ineke Hurkmans 
 
Martijn Burger en zijn collega Akshaya de Groot waren ook persoonlijk aanwezig op de Tegenlicht Meet Up Event in Eindhoven, die rondom dit thema in het Ketelhuis op Strijp S gehouden is op Eerste Pinksterdag s-middags.  Akshaya, afgekort Ax heeft ook een boek geschreven met de titel: “Geluk voor Kamerleden”. Hierin komt de vraag aan bod hoe de politiek kan bijdragen aan meer geluk bij mensen en in de samenleving.  Tegenwoordig lijkt het alleen maar te draaien om economische groei en welvaart. “Als de economie groeit dan boert iedereen goed”, zo lijkt de boodschap. Meer overheidsinkomsten, meer banen, meer winsten en meer welvaart. Dat is echter deels een illusie of mythe gebleken, want ons milieu en de natuur zijn grondig aangetast door zoveel economische activiteit . Meer geld maakt simpelweg niet meer gelukkig. Er is sterk sprake van een afnemende meeropbrengst. Natuurlijk is het ontbreken van geld wel een reden om minder gelukkig te zijn.  
Teamlicht Tegenlicht-crew en cameravrouw

Het Aziatische land Bhutan heeft daarom als belangrijkste welvaartsindex niet het Bruto Nationaal Product( BNP) maar Bruto Nationaal Geluk (BNG) geïntroduceerd. Alle wetten en beleidsvoornemens zouden als intentie moeten hebben het nationale geluk te verhogen.                  In Nederland heeft de regering ook onderzoek laten verrichten naar alternatieve welvaartsmaatstaven, zonder vooralsnog een eenduidige uitkomst.     
Een aanwezige vluchteling en asielzoeker maakt op het eind de opmerking dat zij ook een soort van gelukszoeker was en dat zij dit niet als belediging had opgevat. Sterker nog, ze vond dat alle aanwezigen eigenlijk  gelukszoekers waren !  

maandag 21 maart 2016

Meer of minder vaste banen ?

Onderstaand artikel is ook gepubliceerd als opiniestuk in het Eindhovens Dagblad van zaterdag 9 april 2016 op bladzijde 15
 
Minister Lodewijk Asscher
 
Opinie - Meer vaste banen is beter
 
Sinds de nieuwe wet Werk en Zekerheid in werking is getreden, is er veel kritiek op gekomen en met name vanuit de hoek van de werkgevers. Zij klagen erover dat de ontslagvergoedingen, die nu transitievergoeding heten, hoger uitvallen voor personeel met een relatief kort arbeidsverleden. Dat is inderdaad zo, maar wel met de intentie dat werkgevers eerder gaan overwegen om nieuw personeel vast aan te stellen. Anderzijds is het namelijk ook zo dat personeel met heel veel arbeidsjaren nu veel minder meekrijgt als transitievergoeding. Dat voordeel wordt niet genoemd. De verschillen tussen het ontslaan van vast en tijdelijk personeel worden daarmee duidelijk kleiner en dat is, lijkt mij, rechtvaardiger. Verder is het zo dat werkgevers personeel niet meer dan twee keer (en dat was drie keer) een jaarcontract mogen geven. Daarna moeten ze personeel of 'vast' aannemen of wegsturen met een transitievergoeding. Het is begrijpelijk en ook rechtvaardig dat de overheid probeert de rechtspositie van werknemers te versterken.
Deze maatregel pakt alleen ongunstig uit voor bedrijven met heel veel seizoenswerk. Denk bijvoorbeeld aan de landbouw, waar alleen tijdens de oogst heel veel personeel nodig is of in de recreatiesector. Een bedrijf kan iemand niet een jaar op de loonlijst zetten, als er maar voor twee of drie maanden werk is. De verantwoordelijke minister Lodewijk Asscher heeft bij de tussentijdse evaluatie van de wet toegezegd dat hij naar deze situaties zal kijken en eventueel met uitzonderingen komt op de nieuwe wet Werk en Zekerheid.
 
Extra zekerheid
De verschillende standpunten worden vooral ingenomen door werkgevers en vakbonden. Het is echter nodig om ook een bredere en meer onafhankelijke positie in te nemen. Uiteraard zijn meer vaste contracten in het voordeel van de beroepsbevolking. Die extra zekerheid biedt meer kansen op leningen, hypotheken en ook een stukje sociale zekerheid (werkloosheidsregeling).
Is de wet wel zo nadelig voor werkgevers? Vanuit wetenschappelijke hoek is gebleken dat in de recente discussie over aanpassing van de wet, er twee groepen waren die positie kozen voor behoud van de wet. Bijzonder was een groep hoogleraren economie die publiekelijk benadrukken dat minder flexibilisering niet in het nadeel is van bedrijven, maar juist eerder een voordeel is! In een ingezonden artikel in de Volkskrant (medio maart) steunt een groep van elf hooggeleerde personen – onder wie prof. Paul de Beer, prof. Ewald Engelen en prof. Alfred Kleinknecht – het uitgestippelde beleid van Asscher en de nieuwe wet Werk en Zekerheid. Vrijwel tegelijkertijd verscheen in NRC- Next een vergelijkbaar opiniestuk van een aantal hoogleraren en universitair docenten arbeidsrecht, onder wie Willem Bouwens, Willemijn Roozendaal, Maarten Keune, Mijke Houwerzijl, Teun Jaspers en Antoine Jacobs.
 
Onderzoek
Wetenschappelijk onderzoek heeft namelijk aangetoond dat meer vaste contracten en zekerheid juist positief werken op de tevredenheid van werknemers en op hun betrokkenheid en loyaliteit. Dat uit zich ook in een hogere inzet op het vlak van innovatie en kwaliteit en uiteindelijk ook in betere financiële prestaties van de onderneming.
Het werk van prof.J.Pfeffer van de Stanford Universiteit in de VS, een van de beste universiteiten ter wereld, is daarbij uiterst belangrijk. Hij schreef al in 1998 een baanbrekend boek "The Human Equation", dat is uitgegeven is bij de Harvard Business School Press.
Pfeffer heeft aangetoond dat er significante verbanden (correlaties) zijn tussen enerzijds investeringen in personeel en anderzijds hoge opbrengsten voor het bedrijf. Concreet betekent dit dat juist hogere lonen, vaste contracten en hoge scholingsbudgetten leiden tot betere financiële resultaten van de onderneming zoals omzet en winst.
De vaak gehoorde redenering dat uitgaven voor het personeel kostenposten zijn waarop bezuinigd moet worden, klopt dus wetenschappelijk gezien helemaal niet. Ondernemers zouden hun huiswerk dus eens beter moeten maken en zich op de hoogte moeten stellen van relevant wetenschappelijk onderzoek.