dinsdag 27 februari 2018

Werkperiode bij Hogeschool Eindhoven/ Fontys




Vanaf januari 1992 ben ik voor 1 dag per week en vanaf 1 april voor 0,8 fte begonnen bij de studierichting Technische Bedrijfskunde van de hbo-instelling, faculteit Techniek van Hogeschool Eindhoven, die de laatste jaren Fontys is gaan heten. Na drie keer solliciteren bij dezelfde organisatie lukte het me uiteindelijk om aangenomen te worden in de vakgroep organisatiesociologie van Technische Bedrijfskunde. Daar was een vacature ontstaan door het vertrek van een docent naar een functie van gedeputeerde bij de Provinciale Staten van Noord-Brabant. In de sollicitatie-adviescommissie zat ook Marij Vroemen. Met haar had ik enige overeenkomsten. We waren namelijk op dezelfde dag, 12 april, geboren, en in dezelfde geboorteplaats, Heerlen.Zij werd later adjunct-directeur van Technische Bedrijfskunde en is ruim 20 jaar mijn “baas” geweest totdat ze met pensioen ging.

De vakgroep bestond uit Frans van Montfoort, Gustave Raaijmakers, Ton Brekelmans, Pieter Floris. Tijdens de kennismaking kwamen we erachter dat we een ding zeker gemeenschappelijk hadden en dat was een schooltijd op een internaat . Wat mijn collega’s ook met elkaar deelden was het feit dat ze allemaal gescheiden waren. Dat gold voor mij (nog) niet en gelukkig nog steeds niet. In aantal waren wij een van de grootste vakgroepen. Zo was er bijvoorbeeld maar 1 jurist: Harrie Ansems, 2 bedrijfseconomen: Henk Thissen en Leo Weekers en 3 communicatiedocenten: Onno Foks en cs. Informeel voelden wij ons best machtig en ook in vergaderingen wisten wij goed “ons mannetje te staan” en waren mondfiat. De natuurwetenschappers hadden daar veel meer moeite mee. Wat ik me vooral nog levendig kan herinneren waren de leuke en interessante wekelijkse vakgroepbijeenkomsten en de jaarlijkse afsluitingen bij café Berlage. Er werd altijd enorm gelachen en de collega's beschouwden elkaar als goede vrienden. Dat deed me erg goed na de "kille" EUR-jaren. Zie ook:
http://bedrijfskunde-economie.blogspot.nl/2018/02/mijn-werkzame-leven-bij-de-eur.html

Uiteindelijk werk er nu meer dan 26 jaar en dat merk je vooral aan het lijstje collega’s die inmiddels al zijn overleden. Daarvan wil toch vooral noemen Frans van Montfoort, Henk de Beun, Harrie Linssen, Henk Thissen, Ton Swarttouw en Frank Bots, Het zijn collega’s en twee directeuren, waar je toch een prettige en langdurige werkrelatie en soms zelfs een vriendschappelijke relatie mee had. Ze zijn ook niet heel erg oud geworden dus “het onderwijs” is kennelijk erg stressvol en niet goed voor je gezondheid. De andere kant aan een lang verblijf is dat je uiteindelijk een van de langstzittende collega’s bent en de biografie van de opleiding als het ware alleen "draagt". Niemand weet nog precies hoe het ooit ook alweer was. Daarom dat ik nu alvast begonnen ben om gebeurtenissen vast te leggen. Momenteel zijn alleen George Punt, Liset Bosmans en Jos van de Ven collega’s die er eerder waren.   

Terugkijkend ben ik zeer voldaan over het feit dat je op een hoger onderwijsinstelling als professional zelfstandig mag bepalen welke onderwerpen, vakken of thema’s in het curriculum opgenomen worden. Nog helder herinner ik me de eerste grote vergaderingen met collega docenten over een voorgenomen besluit om projectonderwijs gefaseerd te gaan invoeren. Pleitbezorger Hans Kokhuis had zich uitstekend voorbereidt en laten informeren en de uiteindelijke omvorming van cursorisch (vakgericht) naar projectgericht onderwijs was een grote stap vooruit. Vakdisciplines waren niet meer dominant en de onderlinge rivaliteit tussen collega’s met een juridische of juist bedrijfseconomische achtergrond verdween. Juist de brede en integrale projecten uit de real-life situatie van bedrijven en organisaties waren hoofdonderwerp en daar moesten vakken zich naar voegen. De afzonderlijke vakken en vakgebieden waren nu “alleen” aspecten van een project of thema geworden. De eerste jaren hebben project- en cursorisch onderwijs parallel aan elkaar gelopen en mochten studenten zelfs kiezen.
Projectonderwijs heeft de onderlinge verstandhouding en verbinding tussen collega’s aanzienlijk vergroot. Pieter Floris en ikzelf kregen van de directie de taak of opdracht om voor projectonderwijs een nieuwe organisatiestructuur uit te werken en in te voeren. In een half jaar tijd hebben we een rapport opgesteld en een compleet nieuw voorstel uitgewerkt. Dat is later met succes en na goedkeuring van directie en team van docenten ingevoerd.
De consequentie was wel dat ook de vakgroepenindeling van onze organisatiestructuur uiteindelijk vervangen werd door een heterogene studiejaarstructuur met P(ropedeuse)- ,    K(andidaats)- , A(afstudeer)-team en Deeltijdteam voor een zinvolle onderverdeling van de onderwijstaak. Voor de interesse gebieden werden nieuwe focusteams opgericht rondom bedrijfskundige thema’s die later ook nieuwe keuzevakken mochten opzetten. Jaren heb ik deel uitgemaakt van het A-team en daarin de rol van coördinator kwaliteitszorg met de steeds terugkerende studentenevaluaties en de rol van coördinator keuzevakken vervuld. Dit vanwege het feit dat mijn hoofd onderwijs activiteiten ook lagen in het 3e en 4e jaar. Toen we later "gedwongen" moesten rouleren ben ik ook toegetreden tot het K-(2e jaars) team. Daar ook de voorzittersrol een tijdlang verzorgd. De groepen functioneerden als zelfstandige, autonome teams waar de meeste beslissingen werden genomen.    
Een andere interessante en uitdagende klus was een opdracht van de directie van de faculteit Techniek om een medewerkers-tevredenheidsonderzoek te ontwikkelen,  af te nemen en de resultaten te rapporteren. In een projectgroep van 3 of 4 personen, samen met collega Ton Brekelmans  hadden we na een half jaar exploreren een zeer brede en tegelijkertijd diepgaande enquête opgesteld. Alle processen en organen van de organisatie werden bevraagd en steeds ook op drie niveaus: 
- bekend met? ,
- geïnformeerd over genomen besluit ?
- en ook betrokken bij besluitvorming?
Die informatie zou een compleet beeld geven van de plussen en minnen binnen de club. Enige nadeel  bleek achteraf was, dat mensen wel meer dan een half uur nodig hadden om de lijst in te vullen. Dat leverde wel gemopper op en daarom is de lijst helaas maar twee keer gebruikt. Jaren later kregen we binnen Fontys het andere uiterste. De tevredenheid werd met  1 vraag gepolst en daarvoor moest je dan een rapportcijfer geven. Daar heb ik echter nooit aan mee gedaan.

Wat het hoger onderwijs interessant maakt zijn de vele verschillende taken en rollen die je op je pad kunt tegenkomen. Zo werd ik eerst gevraagd om het vak en module organisatiekunde te verzorgen in een Post HBO cursus “Hoger Personeelsmanagement” . Een cursus van één jaar en lessen in de avonduren. Dat heb ik een aantal jaren gedaan en daarna werd een vergelijkbare post-hbo cursus ontwikkeld “Bedrijfskunde voor Technici”. Na een aantal jaren als vakdocent werd ik later de coördinator van de cursus en begeleidde ik ook de praktijkopdrachten van groepjes cursisten.  Fontysbreed waren er ook Individuele studie activiteiten (afgekort ISA) naar eigen keuze. Alle studenten konden zich daar voor aanmelden ieder kwartaal. Zo heb ik wel 10 jaar of zo een populaire ISA-module Leidinggeven aangeboden die steeds vol ingetekend werd met max. 18 studenten, omdat het een werkcollege was. Een heterogene groep studenten gaf extra dynamiek. 

Hogeschool Eindhoven werd later Hogeschool voor Zuid Nederland en weer later Fontys. Toen ik begon bij Fontys lag het takenpakket al min of meer vast en dat was behalve stage- en afstudeerbegeleiding ook de lessen en vakken overnemen van mijn voorganger. Het waren onderdelen uit het 4e jaar en dus best pittig. Gelukkig heb ik enige jaren later mijn eigen “vakken” kunnen ontwikkelen. Zo heb ik zelf de onderwerpen Personeelsmanagement (HRM), Organisatiecultuur, Internationale Cultuurverschillen,  Duurzaam Ondernemen, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en het keuzevak ethiek geïntroduceerd en gegeven. Later heb ik deze vakken kunnen overdragen aan nieuwe collega’s, zoals Hans Idema, Paul Martijn en Marco Rooijakkers. Waarschijnlijk is het curriculum  van de opleiding Technische Bedrijfskunde daarmee uniek vergeleken met de zusteropleidingen in Nederland bij Saxion, Hogeschool Arnhem & Nijmegen (HAN), Windesheim etc. Ook de lesstof, de wijze van tentamineren en de studiebelasting zijn altijd "eigen" keuzes.

Zo kijk ik met grote trots terug op de tweede jaars studiegroepen, die in het kader van HRM uiteindelijk in staat waren een Sociaal Jaarverslag van een bedrijf of organisatie kritisch door te nemen en te beoordelen. Het geleerde uit de lessen moest meteen omgezet worden in concrete analyse en rapportages. Hetzelfde geldt voor het vak Duurzaam Ondernemen waarbij studenten een MVO- of Duurzaamheidsjaarverslag moesten beoordelen. Bij goede prestaties stuurde ik de rapporten op naar de betreffende bedrijven of organisaties, die er soms heel blij meer waren. Zo werden studenten zelfs uitgenodigd voor een toelichting of een attentie. Zo heb ik een keer bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken gezeten met een groepje deeltijd TB-studenten en ook bij de Triodosbank met een voltijdstudent. Daarmee ervaren studenten dat hun werk er écht toe doet zoals ook bij een stage-opdracht of afstudeeronderzoek. TB-studenten kunnen zich soms een bedrijvendokter voelen die in een organisatie de vinger aan de pols houdt en uiteindelijk onderzoek verrichten en verbeteringen voorstellen die ook grote financiële gevolgen kunnen hebben. Meer productie, minder stilstand of uitval, een betere kwaliteit, minder kosten hebben directe en langere termijn gevolgen. Dat is daarom altijd dankbaar werk. Gelukkig heb ik nooit de harde rekensommetjes gemaakt wat betreft kosten en baten, want dan zou een “(no) cure / (no) pay-regeling ” vaak zeer lucratief zijn geweest. In het hbo-onderwijs gaat het echter alleen om eenvoudige stage- en reiskostenvergoedingen. Toch hadden wij een marktonderzoeksproject in het tweede studiejaar waarvoor aan bedrijven meer geld werd gevraagd. Dat hadden ze er vaak graag voor over.  

Behalve dat je bij de eigen opleiding wordt ingezet heb ik ook meerdere keren verzoeken gekregen en gehonoreerd om vakken en lessen te verzorgen bij andere studierichtingen. Bijna 7 jaar ben ik voor 0,4 fte gedetacheerd geweest bij de Faculteit Economie om in het propedeusejaar psychologie, sociologie en onderzoeksmethoden te geven. Een inhoudelijk pittig programma met leuke en interessante eindwerkstukken van sociaal, kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Zo ontdekte ik proefondervindelijk dat de beste manier om iets te leren (en te begrijpen ) is om er zelf les over te geven. Zo heb ik verder ook afstudeerprojecten begeleidt bij de afdeling Werktuigbouwkunde, stageopdrachten bij BMKB, heb ik een vak Onderhandelen gegeven bij de opleiding Bedrijfskundige Informatica en een cursus leidinggeven bij de Vervoersacademie (Opleiding logistiek) in Venlo. Steeds kwam mijn baas mevrouw Vroemen mij iets vragen en uiteraard door te stellen dat ik dit wel kon doen gezien mijn inzeturen. Die werden met een klein potloodje bijgehouden en zo nodig snel veranderd. Mijn probleem was eigenlijk dat ik met mijn technische en bedrijfskundige achtergrond heel veel vakken wel kon geven.  


Het meest extreme verzoek dat ik heb gekregen was om als eerste Fontysmedewerker de functie van assessor en intaker te vervullen voor een nieuw project “Eerder Verworven Competenties of Erkennen van Competenties”, afgekort EVC. Dat was bedoeld om kandidaten met veel bedrijfservaring maar geen geschikte hbo-opleiding te screenen en  een maatwerk-opleiding binnen Fontys aan te bieden. Dat was dus breder dan alleen Technische Bedrijfskunde. Later werd dit grootschaliger en werd het “Duaal Leren” genoemd. In deze hoedanigheid heb ik honderden gesprekken gevoerd met kandidaten en zelfs tientallen andere Fontyscollega’s opgeleid voor de rol van Intaker toen het veel grootschaliger werd.  Het was in eerste instantie zeer experimenteel met een groot afbreukrisico. Daarom heb ik toen expliciet verzocht om een hogere inschaling die ook mondeling toen is beloofd en toegezegd. Na drie jaar werd de belofte echter verbroken, waardoor ik daarna ook geen nieuwe uitdagingen meer heb aangenomen, behalve toen de vacature van lector, schaal 13 functie en stagecoördinator voorbijkwam. Toen heb ik zelf intern gesolliciteerd en de derde in dit rijtje ben ik ook geworden vanaf 2016.

Een bijzondere periode ontstond door het feit dat mijn zoon Michaël, na een tweejarige BMKB-opleiding te hebben had afgerond toch verder wilde studeren en bij bachelor opleiding Technische Bedrijfskunde terecht kwam. Daardoor kreeg hij uiteindelijk ook les van zijn vader. Opeens ziet een kind zijn ouder in een hele andere rol. Dat voelt apart. Gelukkig is hij ook afgestudeerd en heeft hij met het diploma steeds  een baan kunnen vinden. Hoewel het soms ongemakkelijk voelde heeft deze extra kennismaking wel voor een extra click tussen ons gezorgd.     


Een hele moeilijke periode heb ik gehad tijdens een reorganisatie binnen de faculteit Techniek ergens begin jaren 2000. Door teruglopende Techniek studentenhaantallen en de invoering van projectonderwijs  wilde men het hele Techniek personeel opnieuw screenen en beoordelen. Dit keer niet alleen op basis van historische prestaties maar vooral op toekomstige geschiktheid.  Een nobel streven al was de uitvoering onbenullig en knullig. Een serviceafdeling van Bureau Randstad werd binnen gehaald en hun intercedenten voerden  gesprekken met docenten. Zo voerde ik een heel kort gesprek met een jeugdige dame van net 20 jaar over “mijn” toekomst, terwijl ik al vijftig plus was. Toen gaf ik aan dat zij daar niet geschikt voor was.  Daarnaast moest  iedereen een veredelde academische IQ test doen naar enerzijds  mathematisch en wiskundig inzicht en anderzijds op taalvaardigheid (syllogismen  herinner ik me nog). Uit baldadigheid heb ik de computertest automatisch ingevuld door steeds de enterknop in te drukken. Eerlijk gezegd vond ik het een belediging voor universitair opgeleide docenten om opeens op “IQ” te worden getoetst. Prima voor het selecteren van Korsakovpatiënten als die zouden rondlopen, maar zeker niet voor iedereen.
Daarnaast  had de directeur van de opleiding (Frank Bots in mijn geval) voor iedere medewerker een advies afgegeven op basis van eerdere beoordelingen. In mijn geval bleek dat erop neer te komen dat deze man uit een soort vaderlijke goedheid gemeend had dat ik mijn vleugels maar verder moest uitslaan, maar wel buiten Technische Bedrijfskunde en zelfs buiten de faculteit Techniek. Ik geloofde dit in eerste instantie helemaal niet en dacht dat het een grap was. Ik had notabene een hbo-opleiding Techniek, een academische opleiding Technische Bedrijfskunde en ruim 15 jaar ervaring in hoger bedrijfskundig onderwijs en jaren van goede beoordelingen. Hoe kan dat? Wiens bad joke is dit ?? Uiteindelijk heb ik tot twee keer toe bij de voorzitter van de Raad van Bestuur van Fontys Jan Houben gezeten om dit onrecht af te wenden. Na drie gerechtelijke uitspraken van andere benadeelde collega’s en tegen het Fontys-besluit,  was de boodschap doorgedrongen en kon ik toch blijven. Het heeft wel een flinke deuk in mijn loyaliteit opgeleverd. Daarna ben ik steeds meer mijn eigen plan gaan trekken.

Een resultaat daarvan is het serieus werk gaan maken van een eigen boek Trias Politica Ethica, dat ik uiteindelijk in de avonduren heb geschreven, verdeeld over twee jaar en dat als eerste druk is gepubliceerd in 2006 door uitgeverij Nearchus. Daarin heb ik twintig jaar sociale driegeleding en twintig jaar hoger onderwijs proberen vast te leggen voor studenten maar ook daarbuiten. Het boekje heb ik zeker vijf jaar gebruikt als “verplichte” stof bij het keuzevak ethiek en MVO. In 2011 is een verbeterde tweede druk verschenen en in 2017 is mijn tweede boek Solidaire Economie verschenen.  

 



       De opkomst van het digitale tijdperk met alle nieuwe computermogelijkheden, internet en social media brachten mij ertoe om vanaf 2008 een eigen serie weblogs te gaan opzetten waarin ik allerlei publicaties heb vastgelegd. Allereerst ben ik begonnen mijn lesstof voor de vakken die ik gaf om te werken naar een aantal inhoudelijke artikelen. Dat kon ik daarna gebruiken als achtergrondinformatie of naslagwerk, maar was ook direct beschikbaar gekomen voor buitenstaanders.
Daarna ging het om artikelen over actuele onderwerpen,  boekbesprekingen, opinieartikelen, korte stukken over stage- en afstudeeronderzoeken als ze op het terrein van duurzaamheid, ethiek en MVO vielen. Daardoor kreeg ik opeens een groter bereik. Niet meer alleen de eigen studenten maar nu zelfs de hele wereld (als ze de vertaalmodus  inschakelen). Voor sommige artikelen waren na jaren soms meer dan duizend belangstellenden. In de loop van ruim tien jaar zijn het honderden artikelen geworden.

Aangezien ik een 0,8 fte aanstelling heb ik gedurende langere tijd de mogelijkheid gehad om extra vrijwilligerswerk te verrichten. Zo heb ik ruim 4 jaar deel uitgemaakt van het eerste bestuur en initiatiefgroep voor de oprichting van de Eindhovense Voedselbank. Een dankbaar werk waar ik via mijn toenmalige baas Frank Bots voor gevraagd ben. Dat lijkt me iets voor jou zei hij dan. En dat klopte ook. Toen de vrijwilligersorganisatie goed draaide heb ik me ervan teruggetrokken. Enige jaren later voelde ik de noodzaak om Wilders' opmars in het politieke domein af te stoppen en me actief in te zetten voor de Socialistische partij (SP). Van actief lid die meedeed aan allerlei acties in wijken en in de stad, werd ik bestuurslid van de afdeling Eindhoven en organiseerden wij als eerste afdeling in Nederland het 70-jarig bestaan met Emile Roemer erbij. Een prachtige bijeenkomst. Naast bestuurslid was ik ook redactielid en dus zorgde ik voor artikelen op de website. Verslagen van acties, bijeenkomsten, interviews met prominente leden, boekbesprekingen en opiniestukken. In totaal wel honderd. Actief zijn in zo'n grassroot-partij is zeer intensief, maar ook verrijkend. Weer later heb ik me aangemeld als lid voor de Ledenraad van de Rabobank Aalst-Waalre. Daar ook constructief maar ook kritisch meegedacht over beleid en plaatselijke projecten. In die rol veel personen leren kennen vanuit de Waalrese gemeenteraad, die er prominent zitting in hadden. Na drie actieve jaren gestopt toen de fusie met Rabobank Bergeijk werd doorgezet. Zie ook:

http://driegeleding.blogspot.nl/2017/04/het-belang-van-burgerinitiatieven.html

Door de jarenlange stress en mogelijk ook als gevolg van mijn rookverslaving, kreeg ik  pittige hartklachten, hartritmestoornissen en hartfalen. De enige remedie was een open hartoperatie, gevolgd door een bijna 5 maanden durende herstelperiode. Alles kwam piepend tot stilstand, maar na het herstel was ik dankbaar en beschouwde het als extra gegunde reservetijd. Heilig was daarom mijn voornemen om te proberen later zonder stress te gaan werken en de grootste stressfactoren uit te schakelen. Dat leidde tot een ingrijpende verandering in mijn takenpakket met het afbouwen van de lessen en me te gaan focussen op de coördinatie van de 3e jaars-stage, de assessments met oudere jaarsstudenten en stage- en afstudeerbegeleiding, plus onderzoek- en publicatietaken. That’s it.

Een aantal jaren ging het goed totdat een röntgenfoto van mijn heup ernstige artrose constateerde en ik in maart 2017 een nieuwe rechterheup kreeg. Ook nu 6 weken uit de running geweest. Daarna gelukkig ook prima hersteld en nu dus op naar de pensionering.              




Geen opmerkingen: