zaterdag 24 februari 2018

Mijn werkzame leven bij de EUR.


Na mijn afstuderen als Bedrijfskundig ingenieur kreeg ik nog een jaarcontract aangeboden om onder leiding van mijn afstudeerbegeleider Toon van de Ven onderzoek uit te voeren voor zijn promotie. Als kersverse jonge vader, die zijn nieuwe leven nog wat op de rit moet krijgen, was ik blij met deze mogelijkheid om nog langer op de TU/e te blijven die ook lekker dichtbij was. Op de fiets naar je werk is waar iedereen van droomt. Het werk was ook zeker uitdagend en weinig gestructureerd, omdat mijn nieuwe baas leed aan een ernstige ziekte en daardoor langere tijd afwezig is geweest. Voor een aantal bedrijfstakken zoals hout-en meubelfabrikanten,  de klein-metaal (oa Brabantia) en de kunstmestindustrie , wilde ik op basis van feitelijke concrete cijfers en voorbeelden de arbeids-, energie-  en kapitaalkosten vastleggen om daarna eventueel te kunnen vaststellen waar deze bedrijvigheid economisch gezien het beste kan plaatsvinden, vanuit een internationaal perspectief.
Het was pionieren maar ik deed mijn best, maar helaas bleek achteraf dat mijn opdrachtgever niet helemaal tevreden was. Hij had echter tussentijds weinig bijgestuurd en mij laten “zwemmen”. Jaren later bleek dat Toon van de Ven inderdaad was gepromoveerd en delen van mijn onderzoek heeft gebruikt in zijn dissertatie, die later ook in boekvorm verscheen: ”Het ontwerpen van productiesystemen vanuit een internationaal perspectief” of iets dergelijks. Daarin komt mijn naam echter niet voor hetgeen jammer is en ook niet netjes, maar iets veel vervelenders ontdekte ik pas later.
Het was duidelijk dat het jaarcontract niet verlengd zou gaan worden en dus ging ik “op tijd” al solliciteren. Bij een aantal organisaties had ik al twee positieve gesprekken gevoerd maar ging het uiteindelijk toch niet door. Dat bevreemdde mij zeer totdat het een aantal keren opnieuw gebeurde en ik het ernstige vermoeden kreeg dat de referenties die van de Ven over mij had afgegeven negatief waren geweest. Hij was echter mijn afstudeerbegeleider én eerste baas en dus had ik geen andere keus. Feit is wel dat ik bij het aflopen van het jaarcontract nog geen baan gevonden had en ik “gedwongen” was om me aan te melden voor een werkeloosheidsuitkering. In de tussentijd had ik besloten om een bedrijfskundig adviesbureau te beginnen, dat ik later Organic noemde. Verder koos ik er ook voor om me aan te sluiten bij het antroposofisch adviesbureau Commentor. Deze uit nood geboren keuze had wel de vervelende consequentie dat ik geen werkeloosheidsuitkering kon krijgen en dat ik meteen terugviel op de bijstand.  Daar bestond gelukkig wel een regeling om als jonge beginnende ondernemer een jaar lang te starten met eventueel behoud van de uitkering . Dat hield wel in dat er een strikte boekhouding moest worden bijgehouden en er iedere drie maanden een verrekening plaatsvond als de adviesinkomsten misschien te hoog waren geweest. Na een jaar pionieren met dit soort werk had ik wel de conclusie getrokken dat deze onzekerheid niets voor mij was en zeker niet met een jong gezin op de achtergrond. Dus zocht ik een nieuwe functie.

 
Die vond ik uiteindelijk in het onderwijs begin 1985 bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam (EUR). Medewerker en universitair hoofddocent  Jaap Smit zocht een universitair docent om het vak ondernemingsplannen en ondernemerschap in het propedeuse jaar van hem over te nemen bij de faculteit Bedrijfskunde. Ik solliciteerde en met mijn universitair diploma Technische Bedrijfskunde, mijn ervaring met het zelf opstellen van een ondernemingsplan en het prille ondernemerschap en adviseurschap voldeed ik kennelijk aan het gezochte profiel en werd ik aangenomen. Formeel viel ik in de vakgroep van Prof. Edelman Bos en dat was inderdaad zoals de naam al zou kunnen aanduiden, een aimabele en wijze hoogleraar. Er was een respectvolle samenwerking en ik kreeg positieve jaarlijkse beoordelingen.  Mijn directe baas, Jaap, gaf me vertrouwen en liet me door vallen en opstaan mijn eigen weg zoeken. Het lesgeven voor grote groepen eerste jaars studenten in een grote collegezaal was een pittige uitdaging. Meer door naïviteit dan door natuurlijk overwicht is het stukje bij beetje steeds iets beter gegaan. Als geboren Limburger heb ik ook in vrij korte tijd mijn zachte G moeten afleren om verstaanbaar te worden voor mijn omgeving. De recht toe recht aan mentaliteit van de Rotterdammer en "Hollander"  was zeker ook een leerpunt. 
Uiteindelijk heb ik van alle bij elkaar gebrachte kennis en inzichten een mooie syllabus gemaakt over "Het opstellen van een Ondernemingsplan” , die later ook gebruikt werd door collega's Harrie Thewessem, Van der Meer en van der Meulen. Waar ik eerst alleen begon groeide uit tot betaald werk voor vier docenten. 

 
Daarin stonden alle stappen en aspecten zoals marktinformatie, rechtsvormen en investerings- en exploitatiebegrotingen die je als voorbereiding van je bedrijf moet maken en zeker als je bankfinanciering nodig heb. Deze zaken leerden we de studenten zodat deze zelfstandige ondernemers daarbij konden helpen. We hadden als hoogtepunt de jaarlijkse prijsvraag “Het beste Ondernemingsplan”, waarbij de drie beste groepen/rapporten beloond werden met een totaal geldbedrag van Fl 5.000. Het lukte ons zelfs om mooie handgeschreven oorkondes daarvan uit te geven, handzame en nuttige boekjes te schrijven en uit te delen en prominente vertegenwoordigers uit de bankwereld , het MKB , de Kamer van Koophandel en zelfs het Ministerie van Economische Zaken  te laten optreden als juryleden. Het werd een steeds grootser opgezette happening, die veel goodwill kweekte.  In de laatste jaren van mijn Erasmustijd verschoof het accent ook naar Strategische Ondernemingsplannen voor al bestaande kleinere ondernemingen en dus niet meer alleen starters. Bedrijven en ondernemers die bewust met strategievorming bezig waren deden het gewoon beter.  

Als universitair docent hoor je niet alleen een onderwijstaak te hebben, maar ook zelfstandig onderzoek te verrichten en vooral te publiceren. Dat deed ik ook regelmatig met artikelen over ondernemerschap, het kleinbedrijf, ondernemingsplanning  en slaagkansen van jonge ondernemingen. Dat verscheen in vakbladen en soms in  wetenschappelijke tijdschriften. Zo was ik uiteindelijk heel trots over een lang artikel in het dikke wetenschappelijke blad “Financieel Management” met een gedegen kwantitatief onderzoek onder verschillende soorten bedrijven en bedrijfstakken. Daarbij had ik wel wat hulp gekregen van een student-assistent die toen al gemakkelijk grafieken en tabellen kon maken. Zelf stoeide ik nog om het tekstverwerkingsprogramma Wordperfect onder de knie te krijgen, na begonnen te zijn met Wordstar,  toen het later toch overal Word werd. Heel vervelend.  De samenwerking binnen de vakgroep was beperkt. Ieder had zijn eigen "domein" en was gericht op eigen succes. Zo herinner ik me collega Hans Schenk die onderzoek deed en publiceerde over fusies. Kennelijk met succes want hij is later ook hoogleraar geworden. Hetzelfde geldt voor Rob van Tulder, Henk Volberda en Arthur Wassenberg ook  vakgroepgenoten die later gepromoveerd zijn en inmiddels hoogleraar.  

De faculteit Bedrijfskunde van de EUR stond ook aan de wieg van de Rotterdam School of Management (RSM) een organisatie die de internationaal erkende opleiding eenjarige cursus Management of Business Administration (MBA). Voor deze Engelstalige Bedrijfskunde opleiding was toen veel belangstelling, ook vanuit andere Europese landen. Samen met mijn collega Harrie Thewessem hebben wij een cursus/ vak Entrepreneurship ontwikkeld en gegeven voor een groep van MBA-studenten. Een hele uitdaging, toen we van de faculteitsdirecteur Tjeerd van der Meulen het positieve besluit vernamen.   Bij de Erasmusuniversiteit, maar dan wel de economiefaculteit werkte ook Prof. Cees Zwart, die een bekende persoonlijkheid was binnen de antroposofie. Door hem geïnspireerd heb ik toen ook een keuzevak ontwikkeld en aangeboden over sociale driegeleding voor studenten.


Al vanaf het begin koos ik ervoor om parttime en 4 dagen per week te gaan werken. Daardoor had ik tijd voor mijn gezin en hoefde ik maar 4 keer de dagelijkse reis vanuit Eindhoven te ondernemen. Alles bij elkaar toch steeds 2,5 uur enkele reis. Al om 7 uur zat ik in de bus op weg naar het station en 's-avonds voor zessen was ik meestal weer thuis. Reistijd gebruikte ik ook als werktijd. Naast het EUR-werk deed ik nog vrijwilligerswerk, kredietbeoordelaar voor Stichting Memomunt in Amsterdam en zat ik in een initiatiefgroep (en later bestuur) die een Vrije basisschool in Eindhoven heeft opgericht. De Regenboogschool aan het Mimosaplein in Eindhoven-Zuid bestaat nu ruim 25 jaar en is enorm gegroeid. Al mijn drie kinderen hebben er op gezeten en mijn vrouw heeft er later gewerkt als remedial teacher.    

Het zijn bijna zeven leerzame en mooie jaren geweest dat ik gewerkt heb bij de EUR. Het einde verliep echter vervelend. Mijn hoogleraar Edelman Bos ging met emeritaat (pensioen) en daarna kwam prof. Frans van den Bosch als zijn opvolger. Daardoor kwam er ook meer druk te liggen op de publicatie- en onderzoekskant. Mij werd duidelijk gemaakt dat ik toch echt moest gaan besluiten om te promoveren (in mijn eigen belang). Na wat verkennende pogingen en voorstellen die niet helemaal in het straatje waren van mijn (toekomstige) promotor Frans van de Bosch heb ik toch besloten mijn horizon te verleggen. Ik was te vrij gevochten en eigenwijs dat ik van deze man geen aanwijzingen en correcties wilde accepteren. Acht en twintig jaar heb ik moeten doen wat "anderen" nodig vonden om te doen om maar een diploma te kunnen halen. Het was  genoeg geweest. 
Met deze man had ik geen echte click en dat bleek slecht uit te pakken, toen ik opeens een negatieve jaarbeoordeling kreeg. Onterecht naar mijn mening en dus stelde ik formeel hiertegen een beroep in. De officiële bezwaarprocedure duurde echter heel lang (minstens anderhalf jaar) . Een psychologische genoegdoening beleefde ik toen de uitspraak van de commissie in de vorm van een officiële brief in mijn postbus lag. De uitspraak was dat er inderdaad onregelmatigheden waren geweest en dat de beoordeling opnieuw moest gebeuren. Ha, ha, dat heb ik toch niet meer afgewacht en toen de kans zich voordeed ben ik overgestapt naar het HBO- onderwijs in Eindhoven, waar ik al die tijd steeds was blijven wonen. Faculteitsdirecteur Tjeerd van der Meulen maakte een carrièremove en besloot om de laatste jaren nog docent te worden bij Bedrijfskunde, maar wel alleen met een rol en taak binnen het propedeusevak "Het opstellen van een ondernemingsplan". Hij werd mijn collega en later opvolger toen ik vertrok. Hij zorgde er op een nette manier voor (met een etentje en een aantal cadeaus), dat ik met opgeheven gezicht ben vertrokken. Vanaf 1 januari 1992 ging ik voor 1 dag/week bij Fontys aan de slag en vanaf 1april maakte ik de overstap volledig voor 0,8 fte.                         
       

Geen opmerkingen: